BEGRIPPEN
|
A |
|
| A.I.D.A:
|
Attention,
Interest, Desire, Action. Formule die de fasen aangeeft in het (koop)proces. - aandacht trekken - interesse wekken - verlangens oproepen - tot actie stimuleren |
| asymmetrie:
|
geen evenwichtige opbouw, het zwaartepunt ligt uit het centrum en de delen zijn niet elkaars spiegelbeeld. |
| attentiewaarde:
|
De aandacht van ver trekken van de
passant, dit wordt gecreeerd door de winkel van een afstand te laten
opvallen, bijvoorbeeld door middel van een in het oog springende pui. |
|
B |
|
| baliesysteem:
|
systeem van winkel waar de afnemer
een persoonlijk gesprek met de winkelmedewerker aangaat om een product
te kopen. Het gaat voornamelijk om diensten, zoals bijvoorbeeld reizen
en verzekeringen. |
|
C |
|
| commerciële
interieureisen: |
de klant op zijn gemak laten
voelen met de winkel, het personeel en de producten, door zijn zintuigen
te prikkelen. Horen, zien, ruiken, voelen en proeven. |
| compositie: | de ordening van elementen in een bepaalde ruimte. |
| contrastkleuren: | kleuren die recht tegenover elkaar liggen in de kleurencirkel, bijvoorbeeld oranje en blauw. |
| corps: | lettergrootte. |
| cursief: | schuine letter. |
| D | |
| desk-research:
|
onderzoek van achter je bureau. Je
gebruikt hierbij onderzoekgegevens van derden, deze zijn onder andere op
internet en in boeken te vinden. |
| DTP:
|
Desk Top Publishing. Publicaties opmaken, zetten en illustreren met behulp van speciaal daarvoor ontwikkelde software. |
| E | |
| eye-catcher:
|
blikvanger |
| F | |
| field-research:
|
onderzoek in het veld. Je gaat er zelf
op uit om gegevens te verzamelen door middel van bijvoorbeeld enquêtes
en gesprekken af te nemen. |
| folder:
|
druk werk dat bestaat uit één vel dat één of enkele malen is gevouwen. |
| H | |
| huisstijl: | de visualisatie van het geheel van afspraken die tot eenheid in
presentatie leidt. |
| K | |
| kapitaal: | hoofdletter. |
| kleurencirkel: | een overzicht van kleuren. De kleuren zijn het resultaat van het achtereenvolgens mengen overeenkomstig de indeling: 1. primaire kleuren, 2. secundaire kleuren en 3. tertiaire kleuren. |
| L | |
| leaflet: |
drukwerk dat bestaat uit één enkel ongevouwen vel. |
| lichtkrant: |
een balk bestaande uit zeer veel
kleine lampjes die wisselende (lopende) teksten weergeven. De informatie
die gegeven wordt, kan telkens aangepast worden. |
| logo: | een in vorm onveranderlijke naamsaanduiding. |
|
M |
|
| marketingmix:
|
de 5 p's: personeel, plaats, product, prijs en promotie |
| monochroom:
|
éénkleurig |
| N | |
| neon-reclame: |
buizen, gevormd tot woorden of
figuren en gevuld met neon, zorgen voor een exclusieve en verfijnde
uitstraling. Dit is een wat duurdere vorm van lichtreclame. |
| O | |
| onderkast: |
kleine letter. |
| P | |
| PMS: |
Pantone Matching System. Internationaal kleursysteem voor druk inkten, met name gebruikt voor steunkleuren. |
| polychroom: |
meerkleurig |
| primaire
kleuren: |
rood, geel en blauw. Ze worden ook wel de hoofdkleuren (grondkleuren) genoemd, omdat met deze drie kleuren alle andere kleuren door mengen verkregen kunnen worden. |
| R | |
| reclamelichtbak: |
dit is een bak van (gekleurd)
doorschijnend materiaal, waarbij de naam van de winkel of een
reclametekst verlicht wordt door TL-buizen die in de bak aangebracht
zijn. |
| routing:
|
de weg die de klanten, maar ook je
personeel, dienen te bewandelen. Het is noodzakelijk de klanten langs
zoveel mogelijk van je producten te laten lopen om zo impulsaankopen te
stimuleren. |
| rugwit:
|
binnenste
marge van een pagina die langs de rug loopt. |
| S | |
| secundaire
kleuren:
|
kleuren die ontstaan als je primaire kleuren met elkaar mengt: rood + geel = oranje, blauw + geel = groen, blauw + rood = paars. |
| spatiëren:
|
extra wit tussen de regels. |
| steunkleur:
|
een extra kleur naast de
gewoonlijk zwarte kleur, waarin bijvoorbeeld een advertentie wordt
afgedrukt. |
| stopkracht:
|
de aandacht van de passant op een
positieve manier laten vestigen op de etalage of buitenpresentatie,
zodoende dat deze de pas inhoudt of zelfs stopt om alles beter te
bekijken. |
| stramien:
|
standaardindeling bij de opmaak. |
| symmetrie:
|
evenwichtige opbouw vanuit het midden. De delen aan weerszijden van de middellijn zijn elkaars spiegelbeeld. |
| T | |
| tertiaire
kleuren:
|
kleuren die ontstaan als je een primaire kleur met een secundaire kleur mengt of twee secundaire kleuren met elkaar mengt. |
| U | |
| uitvullen:
|
door meer wit tussen de regels een gelijke rechterkantlijn maken zodat een strak tekstblok ontstaat. |
| Z | |
| zetspiegel:
|
de afmeting van de ruimte van een pagina in een persmedium die voor de drukvorm beschikbaar is. |